★★★☆☆
Bij binnenkomst in Stadsschouwburg De Harmonie in Leeuwarden is een lichte zindering in het gebouw te voelen. Hier en daar in de foyer hoor ik uitspraken als: ‘bijzonder, dat ie weer in Nederland is’ en ‘1991 is lang geleden’. Los van wellicht één van de versies van de ouvertures in de concertzaal is het inderdaad meer dan 20 jaar geleden, dat we een volledige versie van Fidelio – de enige opera van Ludwig van Beethoven – kunnen aanschouwen.
In de zaal aangekomen vernemen we dat tenor Bryan Register (gelukkig) hersteld is van een luchtweginfectie, maar dat we het moeten stellen zonder de Rocco van Yorck Felix Speer. Op toneel wordt de rol gelopen door regie-assistent Stan Geurts (dan hebben de andere spelers nog een beetje houvast qua regie); muzikaal gezien wordt één en ander opgevangen door Thomas Vogel, die vanuit de coulissen – van blad – een prima roldebuut maakt.
Deze Fidelio is een co-productie tussen de Reisopera en de operahuizen van Kopenhagen en Warschau. John Fulljames – die voor de regie heeft getekend – kiest voor de 2e Leonore-ouverture die Beethoven geschreven heeft. Een sterk begin, met mooie lijnen van de strijkers en het koper. Visueel wordt tijdens de ouverture achtergrondinformatie gegeven: hoe Leonore zich transformeert tot Fidelio, vastberaden om haar man Florestan te redden.
Er is door Fulljames tevens voor gekozen om de verbindende dialogen weg te laten en de nadruk op de muziek te leggen. Toch moet je als kijker je dan toch in het verhaal verdiept hebben om de verhaallijn eruit te pikken. Ik kan me goed voorstellen, dat de mensen die dat om welke reden niet gedaan hebben, meer moeite moeten doen om de rode draad te volgen.
De titelrol is in handen van Kelly God, die de zaal vult met haar warme sopraan. In het slotgedeelte van haar aria in de eerste akte (‘Abscheuliger, wo eilst du hin’) moet ze nog wel even haar best doen om alle noten goed te raken, maar dit is allemaal weer vergeten in de finale, waar ze – zonder veel moeite – zuiver en klinkend boven de rest uitkomt. Haar spel speelt ze met meer moeite: het is wat aan de houterige kant, alsof ze nog op zoek is naar haar mannelijke kant om deze ‘dubbelrol’ gestalte te geven.
Tenor Bryan Register mag dan hersteld zijn van een luchtweginfectie, zijn stem kan me niet helemaal bekoren. Het is allemaal wat aan de hese kant, de top glanst niet en natuurlijk is het slot van zijn aria (‘Gott, welch dunkel hier’) een lastige, maar Register heeft hoorbaar moeite om in het tempo van dirigent Otto Tausk te blijven. Over zijn spel valt weinig te zeggen: het grootste gedeelte valt waarschijnlijk weg, omdat hij vooral op de vloer zijn rol speelt.
Marzelline wordt speels neergezet door de Armeense sopraan Julietta Aleksanyan die vooral naam maakte als Adina in L’elisir d’amore in 2021 (een co-productie van de Reisopera, De Nationale Opera en Opera Zuid). De rol ligt uitstekend in haar bereik en ze heeft weinig moeite met de beweeglijkheid van haar karakter, zowel vocaal als fysiek gezien. Petter Moen biedt als Jaquino prima (vocaal) tegenspel, maar is over de gehele linie niet bijzonder te noemen.
Bastiaan Everink als Don Pizarro buldert zich door zijn rol heen en laat weinig diepgang in zijn rol zien, terwijl Frederik Bergman in zijn kleine aandeel als Don Fernando – een beetje de geluksbrenger in het verhaal – nog enigszins probeert sympathie te kweken bij zowel de gevangenen als het publiek.
Phion, orkest van Gelderland en Overijssel begeleidt onder de bezielende leiding van Otto Tausk solisten en koor meer dan prima door de voorstelling, waarbij Tausk de concentratie geen moment laat verslappen. Jammer dat Beethoven het koor geen groter aandeel heeft gegeven in de partituur, want van Consensus Vocalis krijg ik deze voorstelling maar niet genoeg. ‘O welche Lust’ wordt zo doorleefd en overtuigend vertolkt, dat ik er kippenvel van krijg en in de finale ‘Heil sei den Tag’ breekt rond 22.00 uur in de avond bijna de zon door in de zaal. Alle stemmen zijn zo mooi in balans, loepzuiver en tot op de medeklinker te verstaan.
Een Fidelio die het ergens de moeite waard was om te zien en te horen, maar met een aantal serieuze kanttekeningen. Gelukkig maken dirigent, orkest, maar vooral het koor heel veel goed!

