Imponerend requiem

Bij de première op 22 mei 1874 kon de San Marco kerk in Milaan lang niet alle geïnteresseerden kwijt. Vandaag, 10 november 2022, hebben waarschijnlijk ook niet alle belangstellenden een plekje in de Oosterpoort in Groningen kunnen bemachtigen. Zij konden echter via RTV Noord of een live-stream via Facebook het concert volgen. Maar live in de zaal aanwezig zijn bij een meesterwerk als dit, is toch anders dan via een beeldscherm het gebeuren volgen. Zeker als niemand anders dan zwaargewicht Hartmut Haenchen voor het Noord-Nederlands Orkest, het Noord-Nederlands Concertkoor en een viertal solisten staat. Dat de bijna 80-jarige maestro voor dit werk koos – naar eigen zeggen: “Het zal wel aan de leeftijd liggen…” – is wat mij betreft een schot in de roos.

Vanaf de eerste inzet van de celli tot het allerlaatste ‘Libera me, Domine, de morte aeterna’ zit ik bijna zonder ademen op mijn stoel. Het NNO speelt fantastisch, het NNCK zingt op het toppen van zijn kunnen. Beide groepen worden door Haenchen gedreven om te spelen en te zingen van fluisterend zacht tot oorverdovend luid en alles wat daartussen zit. Absoluut hoogtepunt is het ‘Sanctus’, waarbij alle facetten van het koor door Haenchen worden tentoongespreid.

Omdat Verdi dit liturgisch werk heeft gecomponeerd als ware het een opera, kun je niet om de solisten heen. Niet dat dat hoeft, want onder streep klinkt het allemaal prima, maar de balans tussen de solisten onderling is wel wat zoek. Je merkt dat meteen bij het ‘Kyrie eleison’, waar tenor Azer Zada een goed ontwikkeld middenregister heeft, maar in de hoogte en in de tutti-gedeeltes het hem ontbreekt aan volume. Hij valt weg tussen de andere stemmen en het orkest. Aan de andere kant hebben we dan sopraan Annemarie Kremer, die met zo’n kracht en volume haar partij aanvangt, dat de zuiverheid er nog al eens onder te lijden heeft. Waar zij het dan ruimschoots compenseert in haar ‘Libera me’ – waar ze met het koor bijna engelachtig klinkt -, Zada weet eigenlijk nergens een pleister op de wonde te plakken.

Dan de warme en diepe klank van Tareq Nazmi. Zijn ‘Confutatis maledictis’ klinkt als een klok (je wordt er bijna bang van) en ook in de ensemblestukken blijft hij fier overeind staan. Zijn zinnen zijn tot op de medeklinker te volgen en zijn noten zingt hij in volle overtuiging. Zijn interpretatie van zijn partij doet me denken aan een goed-vertolkte vaderfiguur uit een willekeurige Verdi-opera. Maar de topper van de avond is toch Marina Prudenskaya die vol overgave haar partij begint en zich door niets uit het veld laat slaan. Haar volle, ronde geluid vult de Oosterpoort tot in alle hoeken, van forte tot piano en terug. In duet met Kremer laat ze zich niet intimideren door dier volume, Prudenskaya blijft haar eigen partij zingen, waardoor ze voor mij nog meer de aandacht naar zich toetrekt. In de trio’s met Zada en Nazmi geeft ze zelfs ruimte aan de heren door zich aan hun volume aan te passen.

Dat Haenchen zeer bekend is met opera (gezien zijn geschiedenis bij De Nationale Opera, waar hij overigens maar één enkele Verdi-opera heeft geleid) klinkt door in het gehele werk. Het lijkt alsof hij dit kerkelijke werk benadert als opera, met volle aandacht voor de solisten, het NNCK en (de solistische instrumenten uit) het NNO. Al met al een avond voor in de boeken: een imponerend uitgevoerd requiem.

Het inauguratieconcert van Hartmut Haenchen is nog te zien op de noordelijke lokale omroepen: 20 november op Omrop Fryslân en 26 november op Drenthe TV of via de Facebook-pagina van RTV Noord.