Onbekende parel

Gepubliceerd 13 februari 2019

‘Onbekend maakt onbemind’, maar na het zien van Die tote Stadt van Erich Korngold door de Nederlandse Reisopera, ben ik heel anders over deze uitspraak gaan denken.

Afgezien van de solo’s van Marietta en Pierrot, die zo af en toe nog wel eens in de concertzalen zijn te horen, wordt de opera eigenlijk zelden uitgevoerd. Wat een geluk, dat de Reisopera iemand als Nicolas Mansfield aan het artistieke roer heeft staan en dat hij zijn nek heeft uitgestoken om deze opera in Nederland te laten touren. Afgelopen zaterdag bereikte de tour zijn hoogtepunt en sloten cast en crew af in Stadsschouwburg De Harmonie in Leeuwarden.

De productie (regie: Jakob Peters-Messer, decor: Guido Petzold) is eenvoudig: een kamer waarin duidelijk aanwezig een kast, een altaar, de plek waar Paul zijn overleden vrouw Marie in in leven probeert te houden. Portretten, verse bloemen, een omslagdoek en zelfs een haarlok zijn prominent aanwezig en worden ook veelvuldig als rekwisiet in het spel gebruikt. Een macaber beeld, wanneer Paul (tenor Daniel Frank) het haar van Marie opzet en het borstelt…

Over Daniel Frank gesproken… wat een stem, wat een artiest! Zonder zichtbare of hoorbare problemen zingt en speelt hij zich door de zware rol van Paul heen. Deze taak is geen sinecure: bijna de volle twee uur, staat hij onafgebroken op het toneel. Vanaf zijn allereerste opkomst is hij overtuigend, en zie je meteen de gebroken figuur achter de man. Een stem als een klok, geen moment onzuiver en zijn fluisterzachte pianissimi zijn zelfs op mijn plek (rij 8 op het balkon) zonder moeite te horen. Hij bewaart het beste en ontroerendste tot het laatst: voor een muisstille zaal zet hij nog één keer ‘Glück, daß mir verlieb’ in, om moederziel alleen in slechts een spot voor het doek te eindigen. Bravo!

Op de cast in het algemeen is eigenlijk weinig op aan te merken. Een solide en ook overtuigende Marietta van Iordanka Derilova, die haar lyrische sopraan goed mengt met Frank; bariton Marian Pop als Frank en Rita Kapfhammer als Brigitta, die de opera openen, en door wie je meteen meegesleurd wordt in het drama dat zich langzaam maar zeker ontvouwt. Complimenten voor de Pierrot van Modestas Sedlevicius, die met zijn ‘Mein Sehnen, mein Wähnen’ menigeen in de zaal kippenvel bezorgt.

In de bak het fantastisch spelende NNO onder leiding van Antony Hermus. Ze verslappen geen moment, zijn gefocust en Hermus zingt en ademt mee met zijn solisten. Maar hij houdt ook de touwtjes goed in handen, met als resultaat, dat solisten en orkest een echte eenheid vormen.

Een terecht slotapplaus door een bijna uitverkochte Harmonie. En ook de reacties in de foyer zijn niet van de lucht. Prachtige muziek, fantastische voorstelling. Mijn persoonlijke dank gaat uit naar Basia Jaworski, die me via Facebook enthousiast heeft gemaakt voor deze opera. En naar Nicolas Mansfeld, die het met zijn team heeft gedurfd deze redelijk onbekende parel aan het Nederlandse publiek te geven.

Slotapplaus voor koor, solisten, dirigent en orkest van ‘Die tote Stadt’