Modern sprookje voor alle leeftijden

Het was 2008, dat ik Engelbert Humperdinck’s Hänsel und Gretel zag in de bioscoop. Een uitvoering vanuit de Londense Covent Garden met Diana Damrau en Angelika Kirchschlager in de titelrollen. De productie van Moshe Leiser en Patrice Caurier was redelijk traditioneel; enkele kwinkslagen die ik heb onthouden waren het looprekje van de heks en opgehangen kinderen die reeds slachtoffer waren geworden in het huisje van het lugubere mens.
Niet heel bijzonder als je de productie van de Nederlandse Reisopera in de regie van Paul Carr hebt gezien. Ik moet bekennen, dat – toen ik de eerste persfoto’s zag – ik heb gedacht: “Wat zullen we nou krijgen…”, maar wat ik afgelopen zondag in het Wilminktheater in Enschede heb gezien, doet zowel de Londense productie als mijn gedachten vervagen. Positief. Stiekem zat ik flabbergasted in de trein terug naar huis.

Wat eens begon als een ‘familieprojectje’, groeide uit tot een waar meesterwerk, waar zonder enige twijfel de invloeden en stijl van Richard Wagner in te horen zijn. Maar waar Wagner zo nu en dan onbegrijpelijk kan zijn, Humperdinck’s muziek voor deze versie van het Grimm-sprookje (het libretto is overigens door zijn zus geschreven) is vanaf maat 1 te volgen en illustreert het verhaal op zo’n manier, dat je het met je ogen dicht zou kunnen volgen. Maar houd ze maar open als je naar deze voorstelling gaat, anders mis je zulke mooie dingen.

Wanneer de hoorns de ouverture inzetten, volgen we in een zeer geslaagde 3D-animatie (vervaardigd door Tiny Giants) de voorgeschiedenis van wat we gaan zien: hoe vader verliefd wordt, trouwt, kinderen krijgt, zijn vrouw verliest en hertrouwd. Film en muziek sluiten naadloos op elkaar aan en je hoort meteen, dat het Noord-Nederlands Orkest Humperdinck in de vingers heeft.
De setting is die van een kille, betonnen vinex-wijk en de eerste akte speelt zich af in het kleine appartementje van het bezembindersgezinnetje. Wanneer de kinderen het huis worden uitgestuurd om aardbeien te zoeken, belanden ze bij de ingang van een vervallen kermis en als ze wakker zijn geworden, bevinden we ons in de derde akte naast de draaimolen. Geen vervallen hutjes en peperkoekenhuisjes, geen wandeltocht en broodkruimels, maar een vlucht op de rug van een zwaan. De fantasie van Carr lijkt grenzenloos, maar het werkt. Zijn visie op dit verhaal is een modern sprookje om even de gang van alledag te ontvluchten. De 3D-animaties tijdens de muzikale overgangen voegen iets toe zonder aan het verhaal afbreuk te doen.
Visueel ziet het er allemaal prachtig uit, wat natuurlijk een groot compliment is voor Gary McCann (decor en kostuum). Eén van de mooiste beelden is misschien wel de enorme maan waar het Zandmannetje op woont en waaronder de kinderen hun slaapgebed zingen.

Maar niet alleen valt er visueel te genieten, ook vocaal is deze Hänsel und Gretel de moeite van het bezoeken waard. Maya Gour als Hänsel speelde deze matinee haar première en is een genot om te zien en te horen: als een speelse rakker dartelt ze over het toneel en alles loepzuiver gezongen. Haar tegenspeelster Sarah Brady als zusje Gretel doet daar niets aan onder. Beiden spelen en zingen op het hoogste niveau zonder ook maar een moment de focus te verliezen, voor het verhaal en voor elkaar. Groot pluspunt is dat beide stemmen ook perfect samensmelten in de duetten, waardoor het avondgebed (“Abends will zich schlafengeh’n”) het absolute hoogtepunt van de middag is en tot tranen roert.

De Nederlandse Anna-Maria Dur is in de huid van stiefmoeder Gertrud gekropen. Wat een stem en wat een performance! Ze laat ook de breekbare kant van haar personage zien en ze is oprecht ongerust als haar man Peter (de sterk-spelende Eddie Wade) vertelt wat de kinderen in het bos te wachten staat. Kelly Poukens vertolkt de rolletjes van Sand- en Taumännchen. En zeker niet onverdienstelijk. Los van het feit dat haar kostuums, pruiken en rokershoestje opvallen, haar stem zit op de goede plek en is 100% in vorm.

Blijft er nog maar 1 karakter over en dat is de Knusperhexe. In deze productie vertolkt door Michael Smallwood en jammerlijk vergeten in het programmaboekje. Maar Smallwood heeft ervoor gezorgd, dat ie niet vergeten wordt. Zijn travestie-act (compleet met flamboyante laarzen met een hak waar je ‘U’ tegen zegt) als Knusperhexe doet bij iedereen een glimlach op het gezicht verschijnen. Zijn dansroutine (one-two-kick-Madonna-Madonna) ziet er gelikt uit en krijgt terecht een open doekje.

De som lijkt me duidelijk: zet deze zes solisten samen met de dames van Consensus Vocalis en het kinderkoor van de Reisopera op het toneel, tel het fan-tas-tisch spelende NNO erbij op, mix het geheel met een uiterst gedetailleerde Frans Deseure en lardeer het met het prachtige toneelbeeld en je hebt een voorstelling om je vingers bij af te likken, zoals je dat doet als je een suikerspin hebt gegeten.

Deze Hänsel und Gretel is echt voor alle leeftijden. En wat er ook gezegd of geschreven mag worden: de kinderen op de rijen voor me hebben de volle 2 uur geboeid gekeken en juichten misschien nog wel het hardst van de zaal.

De voorstelling trekt de komende weken nog langs enkele grote theaters in Nederland. Check de site van de Nederlandse Reisopera voor data en tickets.

Slotapplaus in het Wilminktheater op 2 oktober 2022

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *